Familietrek

De behandelaars van mijn drugsverslaafde broertje noemen zijn behoefte aan alcohol en drugs ‘trek’. Toen hij een medejunk in de kliniek die medicijnen in een zakje had gekregen voor zijn weekendverlof toefluisterde of het ‘goeie shit’ was, werd hij meteen op het matje geroepen. ‘Jij had trek hè’, concludeerden de deskundigen.

‘Lekker los gaan’

Mijn broertje had die drang nog nooit betiteld als trek. In zijn vocabulaire heette het ‘lekker los gaan’. Hij zat tijdens de jaarwisseling ook in de afkickkliniek en de wetenschap dat zijn vrienden thuis ‘lekker los gingen’, vrat hem helemaal op. Nee hoor, hij had heus geen vreselijke zin in drugs en drank. Hij wilde gewoon zo graag ook ‘lekker los gaan’. Trek, luidde het onverbiddelijke oordeel van de behandelaars.

Het woord trek kreeg opeens een heel andere betekenis voor hem, maar maakte ook veel duidelijk. Tijdens zijn verlof zat hij naast me op de bank op Youtube te kijken naar opnames van een hardstylefeest waar hij vroeger altijd ‘lekker los’ ging. ‘Heb je trek’, vroeg ik hem droogjes. Hij kon er wel om lachen.

Broodnuchter en gefrustreerd

De avond daarvoor was hij naar een verjaardag geweest waar iedereen weer ‘lekker los’ zou gaan, maar zonder hem. Gefrustreerd en broodnuchter plofte hij om 21.00 uur weer op de bank neer. ‘ Moeilijk man als je weet dat zij straks weer ‘lekker los’ gaan.’ ‘Trek’, bedachten we ons tegelijkertijd.

Mijn soms wat te veel drinkende vader noemde zijn drinken altijd een pijnstiller. Geen enkel medicijn helpt tegen zijn rugklachten, alleen alcohol. ‘En zonder een borrel kan ik ook niet slapen’, hield hij ons altijd voor. Ik wil niet bijdehand doen, maar dat is dus ook gewoon trek, pap.

(Familie)trek

Jammer genoeg ben ik geen haar beter. Ik heb standaard trek tussen 21.00 en 23.00 uur. Ik had ook altijd een smoes, zoals het een echte junk betaamt. ‘Ik heb gewoon honger joh’, verontschuldigde ik me tegen mijn man als ik weer eens een pak toastjes met filet americain (het hele bakje dames en heren) naar binnen schrokte.

Nu de verslaving in onze familie eens echt wordt aangepakt, realiseer ik me dat dat niet het goede woord is. Ik heb helemaal geen honger, ik ben gewoon ook verslaafd. Dat is een familietrek.

Advertenties