Nooit meer een verslaafde in mijn huis

Hij zei dat hij bij een vriend was. Maar een vriendin van hem appte me dat hij ‘kwijt’ was. De rillingen in mijn nek, de steen in mijn maag en de kou om mijn hart leidden het onvermijdelijke weten in. Mijn verslaafde broertje had weer een terugval. Correctie: mijn verslaafde broertje die bij mij en mijn gezin met twee jonge kinderen inwoonde, had weer een terugval. Ik wist, nee voelde, meteen: de deur gaat op slot. Geen verslaafde in gebruik in mijn huis. Nooit meer. NOOIT MEER.

‘Je kinderen liggen toch al te slapen?’

Ik appte hem dat hij niet bij ons kon komen, nu hij onder invloed was. Hij belde. Boos. Verbaasd. Of hij toch alsjeblieft ‘thuis’ kon slapen. Nee, zei ik. ‘Maar waar moet ik dan heen’, klonk hij wanhopig. ‘Weet ik niet, Freek.’ ‘Maar je kinderen liggen toch al te slapen? Die zien mij niet eens’, drong hij aan. Nee, zei ik opnieuw.

In al die jaren van zijn verslaving was ik nog nooit zo zeker van mijn zaak geweest. Nee, nee, nee en nog eens nee. ‘Dan moet ik dus op straat slapen’, huilde hij. ‘Geen idee. Je moet maar even wat anders regelen, want hier kun je nu niet zijn’, antwoordde ik.

‘Ik wist zeker: hij gaat vannacht dood’

Hij verbrak de verbinding. Ik haalde adem en brak in duizend stukjes. Want ik wist zeker: hij gaat vannacht dood. Mijn kleine, lieve broertje sterft gevangen in zijn verslaving moederziel alleen ergens onder een brug. En dat is mijn schuld.

Ja, hij sliep die nacht –en nog een paar nachten extra- onder een viaduct. Moederziel alleen waarschijnlijk ook. En ja, dat kwam doordat ik als zus samen met al zijn vrienden na jaren van ellende opeens een duidelijke grens trok. Nu. Is. Het. Genoeg.

Maar van mijn andere voorspelling klopte niks. Mijn broertje ging niet dood die nacht. Sterker nog, mijn broertje werd daar, op die plek en op dat moment opnieuw geboren. Die afschuwelijke, donkere nacht waarin onze harten elkaar even niet konden verbinden, waren het begin van zijn herstel.

‘De pijn bleek een zaadje voor een nieuw leven’

Inmiddels is hij al een paar jaar clean en helpt hij andere verslaafden om van dat vreselijke beest af te komen. One day at a time, met ups en downs, maar we zijn elkaar nooit kwijtgeraakt. Ook niet toen ik hem die nacht op straat zette. Juíst niet. Het heeft onze band alleen maar verstevigd. In die nacht waren we misschien verder bij elkaar vandaan dan ooit, maar de pijn die dat veroorzaakte, bleek het zaadje te zijn voor een nieuw leven.

‘Hulp voor omstanders is schaars’

Over een paar maanden begin ik aan een opleiding voor het begeleiden van families rondom verslaafden. Omdat ik geloof dat ik ‘als zus van’ heb bijgedragen aan het in stand houden van zijn verslaving. En dat doet iedereen die ermee te maken heeft. Want leven met een verslaafde in gebruik is ontzettend ingewikkeld.

Het op straat zetten van mijn broertje kon ik pas na jaren van vallen en weer opstaan. Hulp voor omstanders is schaars, ik vond er te weinig van en veels te laat. Dat moet anders. Met goede hulp kunnen we families misschien wel bij elkaar houden. En dat kan in de donkere, eenzame nachten van een verslaving nou net het verschil maken tussen leven en dood.

Advertenties

Familietrek

De behandelaars van mijn drugsverslaafde broertje noemen zijn behoefte aan alcohol en drugs ‘trek’. Toen hij een medejunk in de kliniek die medicijnen in een zakje had gekregen voor zijn weekendverlof toefluisterde of het ‘goeie shit’ was, werd hij meteen op het matje geroepen. ‘Jij had trek hè’, concludeerden de deskundigen.

‘Lekker los gaan’

Mijn broertje had die drang nog nooit betiteld als trek. In zijn vocabulaire heette het ‘lekker los gaan’. Hij zat tijdens de jaarwisseling ook in de afkickkliniek en de wetenschap dat zijn vrienden thuis ‘lekker los gingen’, vrat hem helemaal op. Nee hoor, hij had heus geen vreselijke zin in drugs en drank. Hij wilde gewoon zo graag ook ‘lekker los gaan’. Trek, luidde het onverbiddelijke oordeel van de behandelaars.

Het woord trek kreeg opeens een heel andere betekenis voor hem, maar maakte ook veel duidelijk. Tijdens zijn verlof zat hij naast me op de bank op Youtube te kijken naar opnames van een hardstylefeest waar hij vroeger altijd ‘lekker los’ ging. ‘Heb je trek’, vroeg ik hem droogjes. Hij kon er wel om lachen.

Broodnuchter en gefrustreerd

De avond daarvoor was hij naar een verjaardag geweest waar iedereen weer ‘lekker los’ zou gaan, maar zonder hem. Gefrustreerd en broodnuchter plofte hij om 21.00 uur weer op de bank neer. ‘ Moeilijk man als je weet dat zij straks weer ‘lekker los’ gaan.’ ‘Trek’, bedachten we ons tegelijkertijd.

Mijn soms wat te veel drinkende vader noemde zijn drinken altijd een pijnstiller. Geen enkel medicijn helpt tegen zijn rugklachten, alleen alcohol. ‘En zonder een borrel kan ik ook niet slapen’, hield hij ons altijd voor. Ik wil niet bijdehand doen, maar dat is dus ook gewoon trek, pap.

(Familie)trek

Jammer genoeg ben ik geen haar beter. Ik heb standaard trek tussen 21.00 en 23.00 uur. Ik had ook altijd een smoes, zoals het een echte junk betaamt. ‘Ik heb gewoon honger joh’, verontschuldigde ik me tegen mijn man als ik weer eens een pak toastjes met filet americain (het hele bakje dames en heren) naar binnen schrokte.

Nu de verslaving in onze familie eens echt wordt aangepakt, realiseer ik me dat dat niet het goede woord is. Ik heb helemaal geen honger, ik ben gewoon ook verslaafd. Dat is een familietrek.